- Willem Online

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het beeld is ingedeeld in drie delen, zoals het nu staat 1] het kasteel De Nijenborgh, schilderij impressie waterburcht 2] de kijkdoos in het midden met de titel plaat (recente foto op hout) van de drie onderdelen en 3] het schavot (half verbrand steigerhout) met aan weerszijden een schilderij van de Graaf en aan de binnenkant, een schilderij van de St.Servaes en de St.Janskerk (Kapittel ligt erachter) op het Vrijthof te Maastricht. Aan de overkant van het kasteel de schavot-achtige stoel, waar de bezoeker ook op kan gaan zitten of staan, om een view te krijgen richting kasteel.
De loopmat versterkt en verbindt dat en maakt het tot één geheel, de beschouwer kan vrij rondlopen, zoals het hem/haar schikt. Het gezichtsveld kan zelf bepaald worden.
Bij een schilderij aan de wand, heb je maar een beperkt gezichtsveld. Bij deze installatie zijn vele doorkijkjes. Daar tussenin de kijkdoos zodat je van weerszijden kunt kijken, ook van het kasteel richting (het kapittel) St. Janstoren in het ossenbloedrood, in 1632 omgedoopt door prins Frederik Hendrik van Oranje tot protestantse kerk en daarnaast de katholieke St.Servaes-basiliek. Een jaar na zijn dood in 1648, kwam er met de Vrede van Munster een einde aan de oorlog met Spanje. Voor mij refereert dit schilderij de strijd om het katholieke en protestante geloof. Als je vanaf het doek aan de achterkant van de schavot-achtige stoel kijkt, zie je de Graaf Montmorency in een desolaat landschap met een vluchtig beeld van het kasteel erachter. Het toont een verschrikte Graaf die door het volk als watergeus werd aangezien maar het niet wilde zijn. Hij vond volgens sommige auteuren, Weert en zijn omgeving maar zoiets als de Sahara. Grote afstand tot het grote schilderij 3] van De Nijenborgh. Hij was vaak op reis in zijn vele functies en maakte veelvuldig gebruik van het appartement van zijn vriend Willem van Oranje Nassau te Brussel. Willem van Oranje  verliet hem en lamoraal Egmond om elders steun te zoeken om de Spaanse legers te gaan bevechten. In het grote schilderij van kasteel De Nijenborgh komt dit tot uiting door de ondergaande zon met de kleur oranje.

Waar het mij in hoofdzaak, in het begin bij het maken van de installatie om ging, is, hoe imposant en een rijke uitstraling De Nijenborgh had en de vele hooggeplaatsten die het bezocht hadden in de loop van de geschiedenis. Dat zie je bijvoorbeeld ook heel goed op de Memorietafel van Joanna van Meurs. Er hangt een devote, mystieke sfeer omheen. Op de horizon van links naar rechts de oudste vestingsburcht van de Van Horne's te Horn en dan de Nijenborgh met uiterst rechts de Aldenborgh, de huidige Paterskerk.
Wat ook opvalt zijn de vele vogels, die erop te zien zijn ganzen en ooievaars en misschien wel kraaien en kauwen. Deze vogelgeluiden lijken voelbaar als je de afbeelding bekijkt van de Memorietafel. Ik heb er zelfs aan gedacht om een geluidsbestand aan de installatie toe te voegen met de geluiden van de vele kauwen die de huidige ruїne bewonen en de vele eenden in de gracht. Maar dat is nu bijna live te horen vanaf de Paterskerk. Misschien op Open Monumentendag.
Dat het kasteel zo'n rijke historie, op Europees gebied had, heb ik mij als kind nooit gerealiseerd. Dat kwam pas veel later, tijdens de geschiedenislessen en bijvoorbeeld met het laatste bezoek van Koningin Beatrix aan Weert. Toen hebben ze de rüine met de klimoppen gesnoeid. Wat ook van invloed is geweest, is dat gemeentemuseum De Tiendschuur opgeheven werd. In 1993 heb ik daar mijn eerste solo-tentoonstelling gehad onder het pseudoniem Willem J. Valentijn, over kijkdozen en 2-dimensionaliteit en 3-dimensionaliteit in de schilderkunst te onderzoeken en tegen elkaar te "zetten". De tentoonstelling had dan ook de Titel: 2 TEGEN 3. Er was toen ook een permanente overzichtstentoonstelling o.a. over de historie van het kasteel en de van Hornes. Later is dat allemaal naar het Jacob van Horne museum gegaan.
In mijn jeugdjaren op de Biest, speelde ik vaak op het kasteelterrein, het park en viste aan de rand van de gracht op baars en karpers. Tijdens de academietijd maakte ik vormstudies van plekken rondom de gracht van het "Huis op de Biest" vanuit mijn herinnering. Op de middelbare school, de Philips van Horne scholengemeenschap 1976-1982, schreef ik gedichten over het kasteel en de gracht met de zwarte en witte zwanen samen met de eenden, die er toen nog rondzwommen. De kauwen in de bomen, waren zo tam, dat vrienden van mij ze op de schouder mee naar huis namen. Ik heb toen ook een scriptie geschreven over Franciscus van Assisi en daarin kwam het franciscanenklooster De Aldenborgh meer aan bod.
Thijs van het kasteel, die bij mij op de Hieronymus-school zat, vertelde over de Spanjaarden en dat ze degens in de, vroeger veel grotere grachten, hadden gevonden toen de gracht gedempt was omdat de gemeente er een muur omheen wilde metselen. Ze hadden het voor het symbolische bedrag van 1 gulden gekocht van de familie Scheymans. Thijs vertelde op school ook dat er een kerker was in de ronde toren met ijzeren ringen in de muur waar slechteriken aan vastgeketend werden. Later speelden we verstoppertje op het terrein van de houthandel en ondertussen moest je de meisjes bevrijden uit de kerker, heel spannend. Ik dook altijd in een vrachtwagen of liet de deur dichtvallen om ze af te leiden. Op de zolderingen had je een prachtig uitzicht over de kasteelsruїne. Thijs reed altijd mijn skelter aan gort zodat ik van Renaultgarage Theunissen een echt autostuur kreeg om erop te laten lassen en dan kwam Thijs weer met zijn veel grotere skelter om de bocht en pats, stuur afgebroken. Ik heb het vaak laten lassen door de smid op de Oelemarkt en die zei dan in zijn blauwe, met olie besmeurde ketelpak, als hij me weer zag aankomen, met zijn mond vol pruimtabak en nog één tand erin; "Goesjh dee Pongel toch Aweg!!" En dan spuugde hij erop. Hij wilde het niet meer repareren en toen ben ik maar naar van Seggelen gegaan. Ze waren er met twee man de hele middag mee bezig geweest en ik had maar fl. 2,50 op zak. Ik moest uiteindelijk 35 gulden betalen, mijn hele spaargeld van een jaar. Bij de aanleg van de kasteelsingel begin jaren zeventig vond ik met mijn broer een kanonskogel onder de stoep van de Hoogpoort waar fruithuis Wolter had gestaan. Volgens Eloy Werz was het een kogel van de bakker om amandelen te vermalen. Dat kunnen we nog steeds niet geloven.
Daar hebben de Engelse kanonniers waarschijnlijk een van de hoofdtorens beschoten. Toen ik begon te lezen over de bijna gehele vernietiging van de waterburcht door de voorvader van Winston Churchill, Count Marlborough, ben ik me er steeds meer in gaan verdiepen waarom juist dit kasteel zo vaak getroffen werd. De Engelsen hebben het vernietigd omdat ze niet wilden dat de Fransen er zich schuil hielden. Het moet een dramatische aanblik zijn geweest. Ze hadden een 16-tal soldaten naakt opgehangen in de nissen van de vensters van het beschoten en totaal verwoeste hoofdgebouw. Vier skeletten hiervan werden onlangs nog gevonden voor de deur van de Tiendschuur. Twaalf worden nog vermist. Ook ten tijde van de 80-jarige oorlog is de reformatie (beeldenstorm) in Weert het heftigst geweest. De verwoesting was groot. Toch heeft kasteel De Nijenborgh ongeveer 250 jaar bestaan (1455-1702) en zou eigenlijk in zijn oude glorie teruggebracht moeten worden. Men zou bijvoorbeeld op het vrij te komen kasteelterrein een tentoonstellingspaviljoen kunnen neerzetten waarin de gehele rijke historie, die voor een groot deel van de totstandkoming van De Nederlanden in Europa geleid heeft, belicht wordt en waarin de vele vondsten en de huidige onderzoeken getoond kunnen worden. En misschien ook wel déze installatie.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu